Zoeken

Presens
*onvoltooid tegenwoordige tijd
Imperfectum
*onvoltooid
verleden tijd
Perfectum
*voltooid tegenwoordige tijd
ikzoekzochtheb gezocht
jij, je, uzoektzochthebt gezocht
hij, zij, hetzoektzochtheeft gezocht
wijzoekenzochtenhebben gezocht
julliezoekenzochtenhebben gezocht
zij, zezoekenzochtenhebben gezocht