Achteromkijken

Presens
*onvoltooid tegenwoordige tijd
Imperfectum
*onvoltooid
verleden tijd
Perfectum
*voltooid tegenwoordige tijd
ikkijk achteromkeek achteromheb achteromgekeken
jij, je, ukijkt achteromkeek achteromhebt achteromgekeken
hij, zij, hetkijkt achteromkeek achteromheeft achteromgekeken
wijkijken achteromkeken achteromhebben achteromgekeken
julliekijken achteromkeken achteromhebben achteromgekeken
zij, zekijken achteromkeken achteromhebben achteromgekeken