Adopteren

Presens
*onvoltooid tegenwoordige tijd
Imperfectum
*onvoltooid
verleden tijd
Perfectum
*voltooid tegenwoordige tijd
ikadopteeradopteerdeheb geadopteerd
jij, je, uadopteertadopteerdehebt geadopteerd
hij, zij, hetadopteertadopteerdeheeft geadopteerd
wijadopterenadopteerdenhebben geadopteerd
jullieadopterenadopteerdenhebben geadopteerd
zij, zeadopterenadopteerdenhebben geadopteerd