Meefinancieren

Presens
*onvoltooid tegenwoordige tijd
Imperfectum
*onvoltooid
verleden tijd
Perfectum
*voltooid tegenwoordige tijd
ikfinancier meefinancierde meeheb meegefinancierd
jij, je, ufinanciert meefinancierde meehebt meegefinancierd
hij, zij, hetfinanciert meefinancierde meeheeft meegefinancierd
wijfinancieren meefinancierden meehebben meegefinancierd
julliefinancieren meefinancierden meehebben meegefinancierd
zij, zefinancieren meefinancierden meehebben meegefinancierd