Missioneren

Presens
*onvoltooid tegenwoordige tijd
Imperfectum
*onvoltooid
verleden tijd
Perfectum
*voltooid tegenwoordige tijd
ikmissioneermissioneerdeheb gemissioneerd
jij, je, umissioneertmissioneerdehebt gemissioneerd
hij, zij, hetmissioneertmissioneerdeheeft gemissioneerd
wijmissionerenmissioneerdenhebben gemissioneerd
julliemissionerenmissioneerdenhebben gemissioneerd
zij, zemissionerenmissioneerdenhebben gemissioneerd