Modeltekenen

Presens
*onvoltooid tegenwoordige tijd
Imperfectum
*onvoltooid
verleden tijd
Perfectum
*voltooid tegenwoordige tijd
ikteken modeltekende modelheb modelgetekend
jij, je, utekent modeltekende modelhebt modelgetekend
hij, zij, hettekent modeltekende modelheeft modelgetekend
wijtekenen modeltekenden modelhebben modelgetekend
jullietekenen modeltekenden modelhebben modelgetekend
zij, zetekenen modeltekenden modelhebben modelgetekend