Vergraven

Presens
*onvoltooid tegenwoordige tijd
Imperfectum
*onvoltooid
verleden tijd
Perfectum
*voltooid tegenwoordige tijd
ikvergraafvergroefheb vergraven
jij, je, uvergraaftvergroefhebt vergraven
hij, zij, hetvergraaftvergroefheeft vergraven
wijvergravenvergroevenhebben vergraven
jullievergravenvergroevenhebben vergraven
zij, zevergravenvergroevenhebben vergraven